Soft development 2013

26 juni 2013 (verantwoordingsdatum)

Projectaanvrager :    Bucapido, Paul Bateeze
Projectnaam :            Soft development 2012-2013
Projectomvang :       10.000 euro
Aanvraagmaand :     juli 2012

Projectaanvrager
De ontwikkelingsorganisatie Buswale Catholic Parish Integrated Development Organisation (BUCAPIDO) is opgericht in juli 2005.
Aanvraagprocedure
De Stichting Uganda is vanaf haar oprichting in 1989 actief in Buswale, de parochie waar Kees Spil tot zijn dood in oktober 1988 werkzaam was. Jaarlijks is een deel van de door de stichting ontvangen gelden bestemd voor deze parochie. De procedure die hierbij wordt gevolgd is de volgende. Bucapido stelt een lijst met activiteiten op waar zij zich op wil richten. Joseph Mangeni bespreekt dit met Paul Bateeze, waarna Paul een projectaanvraag indient met daarin opgenomen de voorgenomen acties in een bepaalde periode en het bijbehorende budget. De Stichting Uganda beoordeelt de aanvraag, past die eventueel aan en maakt het goedgekeurde budget over. Na afloop ontvangt zij dan een verantwoordingsrapport plus foto’s van de gerealiseerde zaken.
Soft Development programma
De meeste mensen in landelijk Uganda denken dat ze wel worden geholpen en zijn daardoor behoorlijk afwachtend. Op deze manier verzuimen ze initiatief te nemen, zeggend dat ze arm zijn. Maar ze hoeven niet echt arm te zijn, ze hebben immers hulpbronnen zoals land, vee en kippen. Daarom is het nodig hun houding te veranderen, hen te laten inzien dat dingen mogelijk zijn en hen aan te moedigen om samen te werken, de vereiste hoeveelheid en kwaliteit van producten te produceren en overschotten gezamenlijk op de markt te brengen. Op deze manier zouden ze een betere onderhandelingspositie ten opzicht van handelaren hebben.
Om deze afwachtende houding te doorbreken is het zogenaamde soft development programma bedacht. Hieronder vallen de volgende activiteiten.
1. Een enquête uitvoeren en de status-quo van de beoogde activiteiten in de doeldorpen vaststellen.
2. Het vergroten van gemeenschapsparticipatie, om zo de doelgroepen te betrekken bij het identificeren, plannen en beheren van hun eigen ontwikkelingsinitiatieven, zowel op huishoudniveau als op gemeenschapsniveau.
3. Het vergroten van voedselzekerheid voor huishoudens. Verbeter de belangstelling en opleiding in technieken voor voedselproductie. Voorzie de deelnemers aan het programma van verbeterde plantmaterialen zoals maïs, bonenzaden, cassave stengels, bananenuitlopers, enz.
4. Het genereren van een inkomen. Train de huishoudens om goed voor de kippen, geiten en varkens te zorgen. Dieren moeten worden bijgevoerd en indien nodig gevaccineerd. Laat de mensen kennis maken met verbeterde landbouw- en veeteeltmethoden, waardoor je productievere en klimaatbestendigere rassen krijgt.
5. Het opzetten van een boomkwekerij voor het kweken van bomen voor verschillende doeleinden.
6. Het monitoren van het verloop van de activiteiten en bijsturen indien nodig. Rapportering van de resultaten.
Om bovenstaande activiteiten uit te kunnen voeren is veel communicatie nodig. Informatiesessies worden gevolgd door planning- en trainingssessies. Daarnaast moeten ook plaatselijke leiders en niet-deelnemers over de gang van zaken worden geïnformeerd. En dan zijn daar nog andere belanghebbende zoals donoren, bisdom en lokale overheid.
Projectaanvraag
De projectaanvraag betreft de uitbreiding van het soft development programma naar 9 nieuwe groepen. Alleen bestaande groepen, reeds actief op wat voor gebied dan ook, konden meedoen.
Projectuitvoering
In juni 2013 is het projectverantwoordingsrapport ontvangen. Uit het gedetailleerde rapport volgen hier enige vermeldenswaardige zaken.
1. De 9 nieuwe groepen werden bezocht en uitvoerig doorgelicht. Hun organisatiegraad en leiderschap werd in kaart gebracht alsmede hun belangstelling en geschiktheid om mee te doen aan het soft development programma. Van de 9 benaderde groepen zijn er in deze fase 3 afgevallen.
2. Er is praktijktraining gegeven in bodemvruchtbaarheid en waterbehoud middels speciale sessies waarin de groepsleden werd getraind in het juiste gebruik van hun grond, hoe deze te onderhouden en hoe de vruchtbaarheid ervan te behouden.
3. De volgende demonstratie- en plantmaterialen werden gekocht en geleverd aan de zes groepen:
– 20 pakjes als klimbonen (zaden)
– 10 blikken groentezaden (sukuma en spinazie)
– 4000 bananenuitlopers
– 2000 speciale amarathus (dodo) plantaardige zaailingen
– 150 zaden / planten lokaal bekend als embalala-type groente die wordt gebruikt voor saus en medicatie
– 120 zaailingen van calliandra-zaailingen, een multifunctionele boom die wordt gebruikt om voedsel te leveren aan dieren en die zorgt voor schaduw en brandhout.
4. Vierduizend bananenuitlopers werden gekocht om demonstratie / vermenigvuldigingstuinen voor de groepen aan te leggen. Deze tuinen doen het erg goed, hoewel ze werden aangelegd in de droge maanden november, december en januari. De groepsleden hebben getracht de planten te irrigeren met behulp van druppelirrigatie, een van de goedkoopste en effectieve methode voor het irrigeren van kleine tuinen en individuele planten.
5. De groepsleden werden getraind in het maken van moestuinen. Het waren voornamelijk lokale groenten namelijk eikubi, dodo, sukuma wiki, embalala en de universele, tomaten en eierplanten. Tijdens de training werd een demonstratietuin aangelegd in elk van de 6 groepen.
De groepen werden ook getraind in het maken van natuurlijke pesticiden voor het besproeien van planten en groenten, om aantasting door ongedierte te voorkomen.
6. Van de 6 groepen hadden er 3 belangstelling voor de cassaveteelt en hoe je compost moet maken.
Toelichting
In juli 2014 is bestuurslid Colinda Welboren in Uganda geweest en kwam enthousiast terug. Hier volgen enige bevindingen. ‘De projecten in Buswale waren hartveroverend. Het was geweldig om verschillende lokale groepen te ontmoeten en te horen en te zien waar zij aan wilden werken en wat zij allemaal al tot stand hadden gebracht. Er zit een veel groter idee achter deze lokale groepen. Het idee is om sterker te worden door samen te werken, samen meer te produceren en samen als groep in de toekomst ook te kunnen verkopen’ aldus Colinda.