soft development program

De meeste mensen in landelijk Uganda denken dat ze wel worden geholpen en zijn daardoor behoorlijk afwachtend. Op deze manier verzuimen ze initiatief te nemen, zeggend dat ze arm zijn. Maar ze hoeven niet echt arm te zijn, ze hebben immers hulpbronnen zoals land, vee en kippen. Daarom is het nodig hun houding te veranderen, hen te laten inzien dat dingen mogelijk zijn en hen aan te moedigen om samen te werken, de vereiste hoeveelheid en kwaliteit van producten te produceren en overschotten gezamenlijk op de markt te brengen. Op deze manier zouden ze een betere onderhandelingspositie ten opzicht van handelaren hebben.

Om deze afwachtende houding te doorbreken is het zogenaamde soft development programma bedacht.  Hieronder vallen de volgende activiteiten.

  1. Een enquête uitvoeren en de status-quo van de beoogde activiteiten in de doeldorpen vaststellen.
  2. Het vergroten van gemeenschapsparticipatie, om zo de doelgroepen te betrekken bij het identificeren, plannen en beheren van hun eigen ontwikkelingsinitiatieven, zowel op huishoudniveau als op gemeenschapsniveau.
  3. Het vergroten van voedselzekerheid voor huishoudens. Verbeter de belangstelling en opleiding in technieken voor voedselproductie. Voorzie de deelnemers aan het programma van verbeterde plantmaterialen zoals maïs, bonenzaden, cassave stengels, bananenuitlopers, enz.
  4. Het genereren van een inkomen. Train de huishoudens om goed voor de kippen, geiten en varkens te zorgen. Dieren moeten worden bijgevoerd en indien nodig gevaccineerd. Laat de mensen kennis maken met verbeterde landbouw- en veeteeltmethoden, waardoor je productievere en klimaatbestendigere rassen krijgt.
  5. Het opzetten van een boomkwekerij voor het kweken van bomen voor verschillende doeleinden.
  6. Het monitoren van het verloop van de activiteiten en bijsturen indien nodig. Rapportering van de resultaten.

Om bovenstaande activiteiten uit te kunnen voeren is veel communicatie nodig. Informatiesessies worden gevolgd door planning- en trainingssessies. Daarnaast moeten ook plaatselijke leiders en niet-deelnemers over de gang van zaken worden geïnformeerd. En dan zijn daar nog andere belanghebbende zoals donoren, bisdom en lokale overheid.